Werden we als ChiRunners jarenlang gek aangekeken dat we ons druk maakten over pasfrequentie en met een metronoom liepen, tegenwoordig vindt iedereen er wat van. En dan zie je weer een nieuwe loopmethode langskomen die het magische getal van 180 noemt voor de pasfrequentie. Voor mij een teken dat ze het dan toch niet helemaal snappen, maar hoe zit het dan wel? Even terug naar de basics: 

Een van de belangrijkste wetenschappelijk onderzoeken naar pasfrequentie is gedaan aan de University of Wisconsin door Dr. Bryan Heidersheit. Hij onderzocht namelijk wat de invloed is van de paslengte op de biomechanica van het hardlopen. Het interessante hierbij is dat hij de proefpersonen hun paslengte liet veranderen door ze met een andere pasfrequentie te laten lopen. Ik zeg regelmatig tegen cursisten, dat als ze alleen al kun pasfrequentie zouden kunnen verhogen en zo hun paslengte verkorten, ze al enorm veel gewonnen zouden hebben. Het onderzoek van de University of Wisconsin ondersteunt dit. Dit zijn enkele resultaten van het onderzoek:

 

-10% paslfrequentie

Normale pasfrequentie

+10% pasfrequentie

Paslengte (cm)

111,8

100,8

91,9

Op- en neergaande beweging (cm)

10,7

8,7

7,0

Afstand landing tot lichaamszwaartepunt (cm)

11,4

9,2

7,0

Remmende kracht(N/kg)

382

306

256

Piek in reactiekracht van de grond (N/kg)

24,2

23,6

23,0

Energie geabsor-beerd door knie (J/kg)

13,5

9,2

6,1

 

Bovenstaande tabel laat zien dat naarmate je pas korter is:

▪    je minder op- en neergaande beweging hebt;
▪    je dichter bij je lichaamszwaartepunt landt;
▪    je veel minder remmende krachten ondergaat;
▪    je een mindere schokbelasting ondergaat;
▪    en je knie minder energie hoeft te absorberen.

Allemaal dingen die we graag willen bereiken: ze bevorderen immers de loopefficiëntie en verminderen de kans op blessures. Maar geldt ook ”hoe hoger, hoe beter”? Het antwoord is: nee.

De optimale pasfrequenties hangt af namelijk van een aantal factoren. Beenlengte is daar een van. Je kunt je voorstellen dat iemand van 2 meter en hele lange benen een andere optimale pasfrequentie heeft dan iemand van 1,5 meter en hele korte benen. Dat heeft te maken met de “range of motion” (ROM) van de ledematen. Lange benen maken een grote cirkel voordat ze weer bij het uitgangspunt zijn en korte benen maken een kleine cirkel. De tijd die het duurt voor lange benen om weer terug te komen bij het uitgangspunt is dus langer. De afgelegde afstand is in die tussentijd trouwens ook groter. En voor korte benen geldt het tegenovergestelde. Verder spelen natuurlijk souplesse en nog een aantal zaken die per persoon kunnen verschillen en rol. Je kunt van tevoren nooit met zekerheid zeggen wat voor een bepaalde persoon de meest optimale pasfrequentie is. Als ervaren instructeur kan ik het vaak wel zien, maar soms ook pas na een paar sessies.

Als iemand met een te hoge pasfrequentie loopt voor zijn/haar lichaam, dan kan deze persoon niet volledig gebruik maken van de ROM en ontbreekt het aan ontspanning in de pas. Dat is ontzettend jammer, want dit verhindert optimale prestaties en kan zorgen voor stijfheid en zelfs blessures. Het is goed om te weten dat pasfrequentie en ROM/ontspanning altijd in een uitruilsituatie zitten en dat je tussen die twee de optimale balans moet zoeken.

Als je dus ergens leest dat iedereen een pasfrequentie van 180 moet aanhouden: heb dan een diep wantrouwen en denk: dat kan niet kloppen!

Interessant, leuk of inspirerend? Deel het met anderen, dank!